‘Vox populi, vox dei’: het gevaar van bukken voor verantwoordelijkheid


Ergens hoog bovenin het Lusailstadion in Qatar zag kersverse twitterbaas Elon Musk hoe Argentinië met strafschoppen de WK-finale van Frankrijk won. De uitkomst van een strafschoppenserie laat voetbalsupporters vaak met een onbevredigd gevoel achter. Twee uur voetbal wordt teruggebracht tot een kille afrekening, alsof de wedstrijd wordt beslist met kop of munt. Zo’n uitslag voelt altijd een beetje als uit de lucht gegrepen, het had net zo goed anders kunnen lopen. En dat is jammer, want het blijft een smetje op de winst. De winnaar is nooit écht de onbetwiste winnaar, en de verliezer is gefrustreerd en noemt de uitkomst ‘een loterij’ of moppert op de arbitrage. Zou Elon Musk ook met een onbevredigd gevoel zijn achtergebleven na de wedstrijd? Het is nog maar de vraag. Sterker nog, het zou me niet verbazen als Elon de twee uur voorafgaand aan de strafschoppen maar onnodig gedoe vond. Elon is namelijk niet zo van het lange soebatten. Als CEO van Twitter neemt hij zijn besluiten op basis van de strafschoppenserie onder de democratische instrumenten: de twitterpoll. Zelfs zijn eigen functie als CEO zette hij op het spel middels een onaangekondigde poll. Een bevredigende uitkomst kan een twitterpoll nooit geven, en de uitslag blijft nooit onbetwist. Van ideeënuitwisseling is geen sprake, en het is maar de vraag wie er toevallig was ingelogd, en hoeveel bots er hebben meegestemd.

Sinds Elon Musk Twitter overnam wordt hij door zelfverklaarde ‘voorvechters van de vrijheid van meningsuiting’ op handen gedragen als de redder van het platform als een vrije markt voor ideeën. Iedereen heeft immers een zegje met een druk op de knop. Democratie in optima forma, niet? Het lijkt erop dat Musk het zelf in ieder geval gelooft. Toen een meerderheid op een twitterpoll stemde vóór de terugkeer van Donald Trump op het platform, werd diens account onmiddellijk gedeblokkeerd. Musk sprak hierbij de woorden: ‘Vox populi, vox dei’: de stem van het volk, is de stem van God. Met andere woorden: u vraagt, wij draaien. Met een magische bezwering ontdeed de Teslamiljardair zichzelf van iedere verantwoordelijkheid. Elon Musk ziet Twitter als een neutraal doorgeefluik. Hij hoeft van zichzelf geen verantwoordelijkheid te nemen voor wat er op zijn platform gebeurt. Zolang die opvatting gemeengoed blijft zullen sociale media een fundamentele bedreiging vormen voor de democratische rechtsstaat.

Elon Musk is lang niet de enige veroorzaker van die bedreiging, hij is er slechts een uitwas van. De manier waarop sociale mediaplatforms momenteel fungeren als publiek domein is funest voor het publieke debat en daarmee voor de democratie. Het gedachtegoed van ‘u vraagt, wij draaien’ voert al jaren hoogtij op die platforms, en dat lijkt misschien democratisch, maar het afschuiven van verantwoordelijkheid resulteert uiteindelijk in een uitgehold publiek domein en een wankele democratie.

Eén van de belangrijkste hedendaagse denkers over het publieke domein is Jürgen Habermas. In de jaren zestig verscheen van zijn hand een van de meest invloedrijke filosofisch-sociologische werken van de 20e eeuw: De structuurverandering van het publieke domein. Hierin beschrijft Habermas hoe in het West-Europa van de 18e eeuw het publieke domein ontstond in salons en koffiehuizen waar burgers (in die tijd vooral welgestelde witte mannen) in vrijheid met elkaar van gedachten wisselden over zaken van algemeen belang. De salons en de koffiehuizen werden zo de kraamkamers van de Verlichting.

Het ontstaan van de constitutionele democratieën ging volgens Habermas hand in hand met het ontstaan van het publieke domein. De twee kunnen niet zonder elkaar. Een democratie kan immers alleen voortbestaan als voldoende mensen vertrouwen hebben in de democratische instituten. Dat vertrouwen komt voort uit een gezond publiek debat, en Habermas stelt daar twee voorwaarden aan. Een gezond publiek debat is inclusief en deliberatief. Inclusief doordat iedereen die het aangaat is betrokken, en deliberatief (een typische Habermas-term) doordat verschillende belangen met goed geïnformeerde en rationele argumenten tegen elkaar worden afgewogen. Zonder inclusiviteit en deliberatie valt de basis van vertrouwen weg onder de democratie, en daarmee haar legitimiteit.

Al in de jaren zestig zag Habermas hoe het publieke debat werd bedreigd door de opkomst van massamedia, in die tijd met name de televisie. Hij zag hoe massamedia actieve deelnemers in het publieke debat transformeerden tot consumenten en toeschouwers. Het publieke debat werd iets wat werd geconsumeerd op de beeldbuis. In de begintijd van het internet werd er dan ook reikhalzend uitgekeken naar de mogelijkheden die deze technologie zou hebben voor de vorming van een nieuw publiek domein en de opleving van actief burgerschap.

Inmiddels weten we wel beter. Het internet heeft de infrastructuur van het wereldwijde publieke domein in handen gebracht van een handvol grote bedrijven. Toen Donald Trump een groep aanhangers mobiliseerde om het parlement van de Verenigde Staten te bestormen op zes januari 2021, deed hij dat onder meer via zijn twitteraccount. Dat account werd hem toen afgenomen. Middels ‘vox populi, vox dei’ kreeg hij het weer terug.

Zestig jaar na de publicatie van De structuurverandering van het publieke domein tekende Habermas Een nieuwe structuurverandering van het publieke domein op (de Nederlandse vertaling zal dit voorjaar verschijnen bij uitgeverij Boom). In dit werk laat Habermas ons zien dat het publieke domein niet alleen deels verplaatst is naar het internet, het is door die verplaatsing ook fundamenteel veranderd. Het heeft het publieke debat beschadigd en daarmee de voedingsbodem gecreëerd voor wat culmineerde in de bestorming van het Capitool.

Hoe ziet deze nieuwe structuurverandering van het publieke domein eruit? Sociale media bieden de mogelijkheid om als individu in korte tijd een behoorlijk groot publiek te verzamelen waartoe je direct toegang hebt (denk aan influencers). Daarnaast zijn sociale platforms zo gebouwd dat ze je continu bevestigen in je eigen opvattingen, het begrip ’echokamer’ wordt hier veel voor gebruikt. Influencers en echokamers, daar hadden we al van gehoord. Deze twee fenomenen van de nieuwe media liggen echter aan de basis van een nog meer fundamenteleverandering.

Het publieke debat versnippert. Door social media zijn het privédomein en het publieke domein steeds meer in elkaar gaan overlopen. Het publieke domein wordt een semi-publiek domein. De plek waar politieke opponenten elkaar ontmoeten en spreken over zaken van algemeen belang, valt uit elkaar. In het semi-publieke wordt weinig belang meer gehecht aan inclusiviteit en deliberatie. Tegenstanders worden uitgesloten en voor goede informatie volgt men het gevoel. De democratische rechtsstaat wordt simpelweg één van de semi-publieke domeinen waarvan je deel uit kunt maken. Met een simpel ‘ik doe niet meer mee’ kan men de democratische rechtsstaat echter ook schouderophalend afwijzen. Met de verbrokkeling van het publieke debat valt een cruciale stut weg onder het vertrouwen in en daarmee de legitimiteit van democratische instituten.

Zo gezegd waren de mobiliserende tweets van Trump slechts een directe aanleiding voor de capitoolbestorming, het kwaad was allang geschied. Het vertrouwen van de capitoolbestormers in de democratische instituten was al uitgehold. Hun ‘publieke domein’ was niet meer te verenigen met het publieke domein van de democratische rechtsstaat. De uitkomst van verkiezingen heeft dan geen enkele legitimiteit meer.

Wie waarde hecht aan de democratische rechtsstaat zal het tij moeten keren. En dat kan nog. ‘De vrije markt voor ideeën’ moet worden gereguleerd, en dat is helemaal niet zo controversieel als vrijemeningsuiting-puristen doen geloven. Kijk bijvoorbeeld naar hoe we omgaan met traditionele media. Die kunnen altijd tot de orde worden geroepen wanneer ze feitelijke onjuistheden verkondigen. Wanneer een columnist over de schreef gaat moet de hoofdredacteur van de krant verantwoordelijkheid afleggen met een mea culpa. Niemand kijkt ervan op dat de opiniepagina van de krant een redacteur heeft die de kwaliteit van het debat waarborgt.

Er moet een einde komen aan de mythe van het sociale platform als ‘neutraal doorgeefluik’. De wittebroodsweken van het internet zijn al jaren voorbij. Het is hoog tijd dat de democratische rechtsstaat zich gaat weren tegen de uitholling van het publieke debat. Tijd dat sociale media verantwoordelijk én aansprakelijk worden voor wat zij toelaten op hun platform.